In de dynamische wereld van de zorg wordt voortdurend gesproken over verbinding, netwerken en gedeeld leiderschap. Een onderwerp waar zelden expliciet over wordt gesproken betreft eenzaamheid. Voor veel zorgbestuurders betreft dit geen fysiek gebrek aan mensen om zich heen (sociale eenzaamheid) maar een emotionele eenzaamheid. Het is de ervaring dat diepe, betekenisvolle verbindingen ontbreken op de momenten dat de zwaarste besluitvorming wordt gevraagd.
De paradox van macht en autonomie
De stap naar het bestuurderschap is vaak een logische carrièrezet, maar de werkelijke ervaring van de rol blijkt in de praktijk nog wel eens anders dan vooraf gedacht. De unieke machtspositie van een bestuurder creëert onvermijdelijk een afstand tot de rest van de organisatie. Het vormt min of meer de schaduwkant van autonomie. Bestuurders staan per definitie buiten de groep omdat zij de macht hebben om over die groep te beslissen.
“Het is best eenzaam. Ik wist dat ergens wel, maar het écht ervaren is anders. “
Medewerkers gaan de bestuurder anders benaderen; zij filteren hun boodschappen en eerlijke feedback blijft vaak uit. Dit kan leiden tot informatie-armoede en een gevoel van isolement, zelfs in een volle vergaderzaal.
Eenzaamheid als kracht en risico
Toch hoeft het ‘alleen staan’ niet uitsluitend negatief te zijn. Het vermogen om alleen te zijn wordt eveneens gezien als een teken van emotionele volwassenheid. Het biedt de noodzakelijke ruimte voor reflectie en voor het dragen van de zware last van de eindverantwoordelijkheid. Alleen staan hoeft niet direct pijnlijk te zijn; het kan een vruchtbaar vertrekpunt zijn om op een nieuwe, meer bewuste manier in verbinding te treden met anderen.
De werkelijke gevaren ontstaan pas wanneer eenzaamheid onbewust blijft. Een bestuurder die niet herkent dat hij of zij alleen staat, loopt het risico vast te komen zitten in een ‘bevestigingsbubbel’. Zonder actieve tegenspraak dreigt het contact met de werkvloer verloren te gaan en worden beslissingen gebaseerd op incomplete of gefilterde informatie. Bovendien kan langdurige emotionele overbelasting leiden tot uitputting, burn-out en ‘ego-depletie’.
Het organiseren van tegenmacht
Het erkennen (en verdragen) van eenzaamheid als inherent onderdeel van de rol is de eerste stap om effectief te blijven besturen. Het is cruciaal om niet in de zogenaamde “doe-drukte” te schieten, maar de eenzaamheid te gebruiken voor reflectie. Het actief organiseren van de eigen tegenspraak is hierbij essentieel. Dit vraagt om het opzoeken van ‘critical friends’ en het creëren van veilige ruimtes voor reflectie, zoals intervisiegroepen met collega-bestuurders of begeleiding door een externe coach.
Besturen van binnenuit vraagt om de moed om alleen te durven staan zonder de verbinding te verliezen. Maak de eenzaamheid bespreekbaar en organiseer bewust de eigen tegenmacht. Zoek bondgenoten die de blinde vlekken durven te verkleinen. Maak van het alleen-zijn geen zwakte, maar een bewuste, kwetsbare kracht die de basis vormt voor wijs leiderschap in de zorg
Meer lezen? Bestel dan het boek Besturen van binnenuit hier

